

Een advocaat moet betaald worden voor de bijstand die hij verleent. Deze bijstand moet vergoed worden, ook wanneer de tussenkomst van de advocaat niet het verhoopte succes oplevert. Juridisch vertaald: tussen advocaat en cliënt bestaat een middelenverbintenis, geen resultaatsverbintenis. Deze vergoeding moet bepaald en betaald worden in geld. Het is een advocaat verboden zich in natura te laten vergoeden. Hierna vindt u met welke elementen hij rekening kan en/of dient te houden bij de samenstelling van zijn staat.
Inleiding
1. De vergoeding, waarop een advocaat aanspraak kan maken, bestaat uit drie delen:
1.1. Er is het ereloon. Het ereloon is de vergoeding die de advocaat dient te ontvangen voor het intellectuele werk dat hij verricht heeft.
1.2. Er zijn de kosten. De kosten betreffen de uitgaven die de advocaat maakt. Deze kosten zijn drievoudig:
A. Er zijn de kosten die de advocaat aan derden moet betalen, o.m. de gerechtskosten zoals daar zijn de kosten betaald aan de gerechtsdeurwaarder, rolrechten , uitgifterechten, raadplegen van het Rijksregister, en attesten bij de diensten van de bevolking en de burgerlijke stand.
B. Er zijn de kantoorkosten die specifiek toewijsbaar zijn aan een dossier zoals daar zijn: dactylografiekosten voor briefwisseling, akten, dagvaardingen, verzoekschriften, besluiten en overeenkomsten.Deze prijzen liggen doorgaans rond de 10? per vel voor briefwisseling en rond de 12? per vel voor alle andere akten, dagvaardingen enz. Daarnaast zijn er de kilometervergoedingen voor verplaatsingen zoals naar de rechtbanken, naar expertises, voor vergaderingen. Eveneens toewijsbaar per dossier zijn de kosten voor fotokopies, overschrijvingen, faxen, enz.
C. Daarnaast zijn er de kantoorkosten dewelke niet specifiek toerekenbaar zijn per dossier, doch wel onrechtstreeks in verband staan met de behandeling van een dossier nl. de infrastructuur die een advocaat nodig heeft om zijn beroep te kunnen uitoefenen, zoals o.m. secretariaat en boekhouding, bibliotheek en juridische databanken, huur, afschrijving van kantoorruimten, onderhoud kantoormateriaal, verzekeringen, bijscholing enz. Deze niet toewijsbare kosten worden meestal op een forfaitaire wijze bepaald, hetzij door per dossier eenzelfde forfaitair bedrag toe te wijzen afhankelijk van het belang van het dossier, of door een bepaald vast percentage toe te rekenen op basis van de in rekening gebrachte toerekenbare kosten voor dactylografie van briefwisseling en akten, dagvaardingen enz.
1.3. Er zijn tenslotte de vacaties. De vacatie is de vergoeding voor een tijdsbesteding voor de advocaat, noodzakelijkerwijze aan het dossier verbonden doch welke geen intellectuele prestatie impliceert. Bvb. Verplaatsingstijd, wachttijd op de rechtbank tot het ogenblik dat de zaak opgeroepen wordt. Gebruikelijk worden, bij het opstellen van de eindafrekening, het ereloon, de kosten en vacaties afzonderlijk vermeld.
2. De advocaat bepaalt zelf zijn ereloon.
Hij handelt hierin volstrekt onafhankelijk. Art. 459 Ger.W. duidt evenwel de grenzen van deze onafhankelijkheid aan: "De advocaten begroten hun ereloon met de bescheidenheid die van hun ambt moet worden verwacht". De begroting moet "met een billijke gematigdheid" gebeuren. Deze regel is van openbare orde: hij moet verplicht toegepast worden.
Twee criteria die volgens de wet de advocaat moeten leiden bij de vaststelling van zijn ereloon, zijn de belangrijkheid van de zaak en de aard van het werk.
Maar ook het verkregen resultaat, de bekendheid van de advocaat en de vermogenstoestand van de cliënt, de snelheid van afhandeling, de ervaring van de advocaat, ? zijn factoren die een rol spelen. De vaststelling van het ereloon gebeurt door een combinatie en een afweging van deze criteria. De toetssteen daarbij is telkens de billijke gematigdheid.
3. De advocaat is tevens verplicht, én bij het begin van de zaak, én in de loop van de afhandeling ervan, voldoende provisies te vragen.
Hij is tevens verplicht de onmiddellijke betaling van de gerechtskosten te vragen.
Het tijdig vragen van correcte provisies is noodzakelijk om de cliënt toe te laten zijn procespositie te bepalen. Het voorkomt onaangename verrassingen bij het afsluiten van het dossier.
Het is raadzaam openlijk en op voorhand met uw raadsman te spreken over de wijze van begroting van diens staat van kosten en ereloon.
4. In ons land is de regel " no cure no pay " verboden.
Dergelijk pactum is een overeenkomst waarbij het ereloon vooraf, volledig en uitsluitend gekoppeld wordt aan de bedragen die bij een proces verkregen worden. Dit verbod heeft tot doel de onafhankelijkheid van de advocaat te waarborgen, door hem te verbieden zelf een rechtstreeks belang in de zaak van zijn cliënt te hebben. Men moet wel het onderscheid maken tussen het - verboden - pactum de quota litis en het - toegelaten - systeem van de ereloonberekening volgens " waardetarief ", waarover verder meer.
|
|
5. Art. 1022 Ger.W. handelt over "sommen die invorderbare kosten zijn wegens het verrichten van bepaalde materiële akten". De cliënt, die bijgestaan wordt door een advocaat, heeft in burgerlijke, handels- en arbeidszaken recht op een rechtsplegingvergoeding.
De rechtbank kent deze vergoeding toe.
Deze vergoeding is wettelijk bepaald, en moet betaald worden door de in het ongelijk gestelde partij. Deze vergoeding is geen ereloon en is bestemd voor de cliënt.
De advocaat moet de rechtsplegingvergoeding verrekenen. Wanneer de zaak geregeld wordt vooraleer zij op rol gebracht wordt is geen rechtsplegingvergoeding verschuldigd. De rechtsplegingvergoeding wordt met ¾ verminderd bij vrijwillige regeling van de zaak nadat de rolstelling gebeurde.
Mogelijke berekeningsmethodes van erelonen
Het is aan te bevelen dat voorafgaand aan de procedure een individuele overeenkomst tussen advocaat en cliënt wordt afgesloten over de wijze van berekening en betaling van de staat van kosten en erelonen.
Er zijn drie berekeningsmethodes waartussen de advocaat vrij kan kiezen :
A. Op basis van de waarde van het geschil (percentsgewijze),
B. Op basis van forfaitaire bedragen per prestatie of per procedure overeen te komen met uw advocaat.
C. Op basis van de uren die in het dossier zijn gepresteerd.
A. De waarde van het geschil
De advocaat zal zijn ereloon berekenen deels op basis van een vast bedrag voor verrichtte prestaties, deels op basis van de verrichtte invordering of besparing.
B. Forfaitaire berekening
Per prestatie of per reeks van prestaties kan de advocaat een forfaitair basisbedrag gebruiken voor de begroting van de erelonen.
C. Uurtarief
Bij deze berekeningsmethode wordt tussen cliënt en advocaat een uurtarief afgesproken waarop zijn ereloon zal gebaseerd worden.
Correctiecoëfficiënten
Er kan rekening gehouden worden met speciale omstandigheden van de zaak of van de cliënt en dan wordt er een beroep gedaan op speciale correctiecoëfficiënten die toepasbaar zijn op elk van de drie berekeningsmethodes. Een gewone en/of normale behandeling van een zaak vereist dat de raadsman zich inspant en de zaak zorgvuldig en diligent behandelt ten opzichte van alle betrokkenen in het dossier.
Enkele voorbeelden voor mogelijke correctie factoren:
- belang van de zaak
- de ervaring van de advocaat
- studie van een ingewikkeld geschil
- het resultaat
- onderlegdheid van de raadsman in de behandelde materie
- plichten met spoedeisend karakter
- snelheid van de oplossing van het geschil
Indien een advocaat geen betaling bekomt van zijn ereloon en kosten dan wendt hij zich tot de Stafhouder. De Stafhouder schrijft de cliënt aan die nalaat te betalen. Indien deze brief niet tot een resultaat leidt kan de Stafhouder de advocaat toelating verlenen te dagvaarden. Zonder de voorafgaande toelating van de Stafhouder is het de advocaat deontologisch verboden te dagvaarden.
De cliënt is nalatigheidintresten (aan de wettelijke intrestvoet) verschuldigd op de onbetaald gebleven erelonen en kosten, vanaf het ogenblik dat de advocaat hem in gebreke gesteld heeft. Dit gebeurt bij voorkeur met een aangetekende brief.
|